Omgangsregeling in corona-tijden

8 mei 2020

Er leven veel vragen over hoe gescheiden ouders moeten omgaan met de afgesproken omgangsregeling. Geeft het besmettingsgevaar reden om de omgang (tijdelijk) stop te zetten? Mag een kind nog wel naar de andere ouder? 

Net als iedere andere situatie die door het coronavirus wordt beïnvloed, is er veel onduidelijk. Ook rechters staan voor een uitdaging om in deze voor iedereen nieuwe omstandigheden de juiste beslissing te nemen. In ieder geval gaat het om maatwerk, waarbij voorop staat dat het voor kinderen in alle gevallen belangrijk is dat zij behouden wat zij gewend waren en beide ouders blijven zien. Het is voor hen al moeilijk genoeg met alle veranderingen die zij meemaken.

Visie van de rechter

Op 6 april 2020 deed de rechtbank Midden-Nederland uitspraak in een zaak waarbij de omgangsregeling tussen dochter en moeder door de vader is stopgezet in verband met de corona-crisis. Vader vreest voor de gezondheid van zijn huidige partner en haar dochter die een zwakkere gezondheid hebben en tot een risicogroep behoren. De vraag ligt aan de rechter voor of dit een gegronde reden is om de omgang tussen moeder en het kind stop te zetten.

De rechter oordeelt dat de zorgregeling uitvoerbaar is gelet op de richtlijnen van het RIVM. Het houden van anderhalve meter afstand geldt niet voor gezinsleden en het kind is zowel deel van het gezin van de man als de vrouw. De rechter vindt het begrijpelijk dat de man zich zorgen maakt om de gezondheid van zijn gezin en dat hij daarom besloten heeft geen uitvoering te geven aan de huidige omgangsregeling. Echter, omdat er aan de kant van moeder geen redenen zijn om de omgangsregeling niet na te komen en omdat contact tussen beide ouders en het kind belangrijk is, beslist de rechter dat de man de omgangsregeling moet nakomen en het kind na afloop weer naar de moeder moet brengen. Hieraan wordt een dwangsom verbonden.

Het blijft daarbij de verantwoordelijkheid van de betreffende ouder om het kind na het verblijf bij de andere ouder weer in huis te nemen. De rechter is van oordeel dat de man om deze reden ervoor moet kunnen kiezen om gedurende de periode dat de maatregelen van het RIVM van kracht zijn, zijn dochter nadat zij bij moeder is geweest niet in huis te nemen. Dat de man van mening is dat hij zijn dochter niet meer in huis kan nemen na een verblijf bij moeder is echter onvoldoende grond om haar niet naar moeder te laten gaan.

De rechter draait de situatie dus om. Een van de ouders mag in dit geval niet de ene ouder het contact met het kind volgens de afspraken ontzeggen, maar mag er zelf wel voor kiezen om het kind niet in huis te nemen.

Lees de hele uitspraak hier.

Blijf in gesprek!

Hoe dan ook is het belangrijk om als ouders in gesprek te blijven over de gemaakte afspraken en deze indien nodig (bijvoorbeeld doordat een van de ouders gezondheidsklachten heeft of een cruciaal beroep uitoefent) aan te passen. Voorop staat dat ouders zich ook onder de huidige omstandigheden zo goed als mogelijk houden aan de afspraken die zijn gemaakt en in overleg de beslissingen maken, zonder de kinderen hiermee te belasten.