Wie betaalt de rechercheurskosten bij onderzoek naar samenwoning in verband met partneralimentatie?

9 mei 2018

In de praktijk komt het regelmatig voor dat na een scheiding partneralimentatie wordt betaald, terwijl de ontvangende partij al geruime tijd een nieuwe relatie heeft en feitelijk samenwoont. In de wet is bepaald dat de verplichting tot het betalen van partneralimentatie eindigt als de ontvangende partij ‘samenleeft als ware zij gehuwd’ (art. 1:160 BW). Maar hoe bewijs je dat?

Op 14 september 2017 nam het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een beslissing in een zaak waar het ging om deze bewijskwestie. De man moest na de scheiding € 255,- per maand partneralimentatie betalen aan zijn ex-vrouw. De man wilde de partneralimentatie opnieuw laten beoordelen en heeft de vrouw om financiële informatie verzocht en haar ook expliciet gevraagd hem te laten weten of zij samenwoont. Toen de vrouw op beide verzoeken niet reageerde, heeft de man een particulier onderzoeks- en bedrijfsrecherchebureau opdracht gegeven een rechercheonderzoek in te stellen naar de vrouw om vast te stellen of de vrouw mogelijk samenwoont.

Het recherchebureau heeft gebruik gemaakt van observatie, digitaal onderzoek en onderzoek op locatie. Dit zijn gebruikelijke onderzoeksmethoden die de nodige tijd kosten. De rekening voor het uiteindelijke rechercherapport is € 9.354,71.

Het doen van een rechercheonderzoek was een goed middel om het ‘samenleven met een ander als waren zij gehuwd’ te bewijzen. De vrouw bleek samen te wonen en de man wordt in zijn gelijk gesteld, waarbij de rechter heeft beslist dat de partneralimentatie van rechtswege is geëindigd. De man heeft echter enorme kosten gemaakt om tot dit doel te komen. Moet hij deze kosten ook zelf betalen?

In de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is de vrouw veroordeeld tot het voldoen van de kosten van het rechercheonderzoek. De man had de vrouw immers gevraagd of zij samenwoonde, waardoor de vrouw de mogelijkheid had om het samenwonen te erkennen. Nu de vrouw niet van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt, heeft de man kosten moeten maken om zijn verzoek bij de rechtbank te onderbouwen.

De vrouw heeft in hoger beroep nog wel geprobeerd aan te tonen dat de hoogte van de kosten van het rechercherapport onredelijk hoog zijn. Het hof oordeelde echter dat deze kosten niet buitensporig zijn, omdat de gebruikte onderzoeksmethoden de nodige tijd vergen. Daarnaast gelden hoge motiveringseisen voor een bevestigend antwoord op de vraag of sprake is van ‘samenleven met een ander als waren zij gehuwd’. De totale rekening voor het rechercherapport is dus niet onredelijk.

Deze uitspraak kan aanleiding geven om sneller een recherchebureau in te schakelen om een vermoedelijke samenleving in de zin van artikel 1:160 BW aan te tonen. Uiteraard kunt u met ons kantoor vrijblijvend contact opnemen om de mogelijkheden voor een beëindiging van de partneralimentatie te bespreken.