Aannemingsovereenkomst: wie is aansprakelijk?

31 oktober 2017

Een veelvoorkomende vraag binnen het verbintenissenrecht is wie wanneer aansprakelijk is voor welke schade. In onderstaande uitspraak leest u wanneer een aannemer aansprakelijk is voor schade als gevolg van gebreken in materialen aangeleverd door de opdrachtgever.

Rechtbank Gelderland, 26 juli 2017

Aanleiding
Opdrachtgever en aannemer sluiten een overeenkomst op grond waarvan aannemer een bedrijfshal moet opleveren. De fundering van de hal wordt door een derde partij gelegd en de hal wordt door een onderaannemer gebouwd. Wanneer de hal is opgeleverd, constateert de opdrachtgever dat de hal niet aansluit op de vloer, waardoor er water onder de wanden het gebouw in stroomt. Uiteindelijk blijkt dat de fundering ondeugdelijk is gelegd en niet voldoet aan de gestelde eisen. De aannemer factureert, maar de opdrachtgever weigert te betalen en eist dat de hal opnieuw wordt gebouwd.

Een en ander leidt tot een gang naar de rechter. Hier staat centraal of de aannemer de hal kon en mocht bouwen op de ondeugdelijke fundering zonder aansprakelijk te zijn voor herstel en de gevolgen hiervan.

Standpunt opdrachtgever
De opdrachtgever vindt dat de bouwploeg nooit had mogen beginnen als het gebouw op een aflopende vloer kon staan. De aannemer had moeten constateren dat de vloer scheef was en dit aan de opdrachtgever moeten melden.

Standpunt aannemer
De aannemer stelt dat de onderaannemer aan de opdrachtgever heeft gemeld dat de fundering niet conform eis was aangelegd en vervolgens heeft gevraagd of men toch met de montage moest beginnen. Volgens de aannemer heeft de opdrachtgever ingestemd met de start van de montagewerkzaamheden. Verder wijst de aannemer op zijn algemene voorwaarden, waarin staat dat de aannemer niet aansprakelijk is voor schade aan door of namens de opdrachtgever aangeleverd materiaal ten gevolge van een niet deugdelijke uitgevoerde bewerking.

Beslissing
De rechter noemt dat de aannemer een waarschuwingsplicht heeft op grond van artikel 7:754 van het Burgerlijk Wetboek. Dit verplicht de aannemer om bij het uitvoeren van de overeenkomst de opdrachtgever te waarschuwen in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder begrepen de grond waarop de opdrachtgever een werk laat uitvoeren. Hieronder valt volgens de rechter de ongeschiktheid van de fundering. De algemene voorwaarden van de aannemer zetten deze waarschuwingsplicht niet opzij.

Als de aannemer bij zijn standpunt blijft dat de onderaannemer de ondeugdelijke fundering aan de opdrachtgever heeft gemeld, zal hij dit moeten bewijzen. Het bewijs dat de aannemer heeft aangeleverd is volgens de rechtbank onvoldoende. Slaagt aannemer er niet in dit te bewijzen, dan ligt het risico van de montage bij de aannemer en is hij aansprakelijk voor de geleden schade.

Lees de hele uitspraak hier.

Herkent u zich in bovenstaande situatie en wilt u weten wie in uw geval aansprakelijk is? Onze advocaten beantwoorden graag uw vragen!