Werkgever: loop niet te hard van stapel met vergaande controles!

24 februari 2017

Bij werkgever werkt al 18 jaar naar volle tevredenheid een werknemer. Die wordt op enig moment arbeidsongeschikt, met fysieke en psychische klachten. Al enkele jaren heeft werknemer naast het werk voor werkgever ook een eigen onderneming, een botenverhuurbedrijf. Werkgever is hiervan op de hoogte en heeft hiermee ingestemd. Op 2 augustus 2016 rapporteert de bedrijfsarts dat werknemer arbeidsongeschikt is voor zijn eigen functie als meewerkend voorman, met name waarbij hij zijn handen dient te gebruiken, maar dat hij wel geschikt is voor het verrichten van vervangende taken, mits rekening wordt gehouden met zijn fysieke beperkingen. Van 3 t/m 18 augustus 2016 laat werkgever werknemer schaduwen door twee onderzoekers van een onderzoeksbureau. Er wordt beeldmateriaal gemaakt waaruit volgt dat werknemer werkzaam is voor zijn eigen botenverhuurbedrijf.

Dan verzoekt werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen (e-grond), en subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Werkgever stelt dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door te zeggen dat hij niet in staat is om te werken, maar vervolgens wel voor zijn eigen onderneming werkt. In ieder geval heeft werkgever daardoor alle vertrouwen in hem verloren.
De kantonrechter wijst de verzochte ontbinding af in verband met het opzegverbod tijdens ziekte, omdat de de gevraagde ontbinding direct verband houdt met de ziekte.

Werknemer heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend voor het toekennen van een billijke vergoeding ad € 55.000,- bruto (!) in verband met het verwijtbare handelen van werkgever. De kantonrechter wijst deze vergoeding toe, omdat werkgever een zeer ingrijpend onderzoek heeft gestart, dat inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van werknemer. Hij is namelijk door een recherchebureau gevolgd en gefilmd tijdens de werkzaamheden voor de botenverhuur. Werkgever heeft volstrekt onvoldoende onderbouwd op grond waarvan het onderzoek is ingesteld.
Ook blijkt uit de beelden dat de werkzaamheden die werknemer verrichtte voor zijn eigen onderneming totaal niet vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden voor werkgever, als meewerkend voorman. Voor zover werkgever al twijfels had over de mate van arbeidsongeschiktheid van werknemer, had zij werknemer moeten laten herkeuren door de bedrijfsarts. Het handelen van werkgever is dusdanig verwijtbaar dat een billijke vergoeding wordt toegekend van € 55.000 bruto, naast de transitievergoeding van afgerond € 38.000 bruto.

Een dure les voor werkgever, waaruit blijkt dat je medewerkers niet zonder meer kunt laten volgen, zeker niet als er andere mogelijkheden zijn om te toetsen of het klopt wat een werknemer zegt.

Hebt u ook een dergelijk geval aan de hand? Bel één van onze advocaten voor overleg om te bespreken wat de beste route is!

Tekst volledige uitspraak