Te laat terugkeren van vakantie rechtvaardigt ontslag op staande voet

30 juli 2019

Een chauffeur vraagt of hij de hele maand augustus vrij mag. Zijn verlofsaldo is daarvoor echter niet toereikend en werkgever kent hem daarom alleen zijn openstaande saldo van 11 dagen + 5 onbetaalde verlofdagen toe. Afgesproken wordt een vakantie van 1 t/m 22 augustus. Werknemer meldt wel dat hij dit eigenlijk te kort vindt. Hij heeft 2 x 2 reisdagen en zijn auto kan onderweg ook stuk gaan.

Op 23 augustus verschijnt de werknemer zonder bericht niet op zijn werk. De telefoontjes die zijn werkgever pleegt worden door hem niet beantwoord. In de dagen erna worden diverse uitnodigingen per e-mail gestuurd voor een gesprek en wordt werknemer opgeroepen om zo spoedig mogelijk zijn werk weer te hervatten. Ook daarop laat de werknemer niets van zich horen.  

Op 29 augustus verschijnt hij pas weer bij de baas. Dit met het verhaal dat de versnellingsbak van zijn auto tijdens zijn vakantie stuk was gegaan en hij deze moest laten repareren voor hij terug kon naar Nederland. Omdat de reparatie pas op 24 augustus kon worden uitgevoerd, kon hij pas op 26 augustus de oversteek van Griekenland naar Italië maken. Zijn telefoon was de werknemer kwijtgeraakt op vakantie en wegens problemen in de privésfeer had hij er ook helemaal niet aan gedacht om contact op te nemen met zijn werkgever.

De werkgever vertrouwt het allemaal niet zo en ontslaat de werknemer op staande voet. Dit met als reden ongeoorloofde afwezigheid in de periode 23 t/m 26 augustus. In de procedure die volgt, weet de werknemer eerst alleen een verklaring van een Griekse garage te overleggen van 7 september, waarop staat:

“Versnellingsbak defect. Alleen te repareren door de bak te vervangen.”

Pas in hoger beroep (8 maanden later) voegt de garage daar – in het Grieks – aan toe: “Ik (zoon van automonteur), verklaar dat het voertuig met het merk (…), kenteken (…), wegens een defecte versnellingsbak van 18-8 t/m 22-8 in mijn garage stil heeft gestaan.” Ook het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (klik hier voor de uitspraak) houdt het ontslag op staande voet in stand. Het Hof overweegt dat als uitgangspunt geldt dat het niet op het werk verschijnen, in beginsel een dringende reden voor ontslag kan opleveren. De werkgever moet er immers op kunnen vertrouwen dat een werknemer zich houdt aan de gemaakte afspraken. Het komt echter aan op de vraag of de specifieke omstandigheden van het geval het ontslag ook rechtvaardigen. Hier is opmerkelijk dat de werknemer geen enkel bewijs heeft overgelegd van een plaatsgevonden reparatie, zoals een factuur of bewijs van betaling. En dat het Hof hem hierover ook niet heeft kunnen bevragen, omdat de werknemer niet naar de zitting is gekomen.