Kan het mogen dragen van een korte broek bij extreme zomerhitte worden afgedwongen?

25 juli 2019

Een uitspraak uit de oude doos… In 2000 heeft vakbond ABVAKABO de toenmalige PTT Post gedagvaard met het verzoek PTT te veroordelen om het kledingpakket van mannelijke postbodes uit te breiden met een korte broek. Die zij alleen bij verwachte temperaturen van minimaal 25⁰C zouden dragen. In het pakket van de vrouwelijke postbodes werd (wel al) de keuze geboden tussen lange broeken en zomerse katoenen broekrokken.

Zowel de rechter in eerste aanleg als in hoger beroep (zie hier) wezen de vordering van de vakbond af. Aldus de rechtbank was ‘het naar hedendaagse maatschappelijke opvattingen in Nederland algemeen geaccepteerd dat vrouwen broeken, rokken en broekrokken dragen, in verschillende lengtes. Voor mannen geldt dit niet; zij plegen nu eenmaal slechts broeken te dragen. In zoverre bestaat er voor mannen geen equivalent van de rok of broekrok.’ PTT maakte daarom geen ongeoorloofd onderscheid tussen vrouwelijke en mannelijke werknemers door die laatsten niet de keuze te bieden voor een korte broek of bermuda.

Evenmin handelde PTT volgens de rechtbank in strijd met enige verplichting mannen en vrouwen gelijk te behandelen, door de mannen geen korte broek of bermuda ter beschikking te stellen. De rechtbank overwoog: ‘Een broekrok van een zekere lengte, zoals waarvan sprake is in de ‘catalogus bedrijfskleding’ van PTT Post -tot juist boven de knie-, is een door vrouwen ook in hun werk te dragen maatschappelijk algemeen aanvaard kledingstuk, dat eerder met degelijkheid dan met vrije tijd of frivoliteit zal worden geassocieerd en als zodanig representatief kan worden genoemd. Dat geldt onmiskenbaar niet voor de korte broek of bermuda voor mannen, evenmin overigens als voor de korte broek of bermuda voor vrouwen. Al zullen er ongetwijfeld in Nederland veel mensen zijn die er geen bezwaar tegen hebben indien hun post ’s zomers wordt gebracht door een mannelijke postbode in korte broek, en gebeurt zulks feitelijk in sommige andere Europese landen, van algemene maatschappelijke acceptatie van het dragen van een korte broek door mannen tijdens hun werk -evenmin als door vrouwen- is naar algemene ervaringsregels in Nederland geen sprake, hetgeen ook blijkt uit de door ABVAKABO overgelegde krantenartikelen. PTT Post kan en mag met dit gegeven rekening houden, daar waar zij met haar kledingvoorschriften een imago nastreeft waarvan degelijkheid en een zekere mate van representativiteit kenmerken zijn. Wat bij die beoogde uitstraling past, wordt mede door de heersende maatschappelijke opvattingen over deze aspecten bepaald.

De Hoge Raad moest er uiteindelijk aan te pas komen om de postbodes bij extreem warm weer alsnog in de korte broek te krijgen. Wat zijn wij blij voor hen met de huidige zomerse temperaturen! Dat er regelmatig discussie bestaat over opgelegde kledingvoorschriften waaruit werknemers  proberen te ontsnappen, blijkt uit de rechtspraak. Zo maakte bijvoorbeeld de rechtbank Utrecht in 2013 (zie hier) korte metten met de schorsing van een werkneemster die van de door werkgever verstrekte broeken een rok had gemaakt. In datzelfde jaar gingen Zweedse machinisten rokken dragen in de trein nadat een verbod op het dragen van korte broeken was ingevoerd en vliegmaatschappij Virgin Airlines verplicht haar stewardessen sinds begin 2019 niet langer om make-up te dragen. De tijdsgeest verandert duidelijk en met de steeds verder oplopende temperaturen in Nederland gunnen wij iedereen een luchtige en niet-uitlopende kantooroutfit. Hier staan de hakken voorlopig even in de kast in ieder geval… 😊.